Collectieve transformatie: het juiste abstractieniveau

Iedereen begrijpt al lang dat er een grote transformatie nodig is, maar de regering komt tot niets. En dat komt omdat ze niet op het juiste abstractieniveau insteekt.

Is het juiste abstractieniveau dan iets zo complex, dat het zelfs door een regering niet te hanteren is? Nee hoor, helemaal niet. Integendeel zelfs.

Het gaat om de onderkenning dat we met een moloch van een systeem opgescheept zitten, waarvan niemand meer doorziet hoe de onderlinge dynamieken ervan nu precies in elkaar steken. Dat gaat niet alleen over banken of over de regering of over de economie of over de sociale zekerheden, maar over alles; het gaat ook over onze eigen verborgen aannames en reactiepatronen.

Alles staat op totaal ondoorzichtige wijze in verband met elkaar. En met deze moloch creëren we steeds weer opnieuw collectieve problemen en collectieve onzekerheden en collectieve risico’s.

En wat is nou het juiste abstractieniveau om hiermee om te gaan?

Het juiste abstractieniveau ligt opgeslagen in het besef dat een moloch niet iets is dat we willen verbeteren. We willen het uitfaseren. We willen dat het oplost.

Het uitfaseren van de moloch doen we, door in eerste instantie niets aan de moloch zelf te veranderen. We hoeven dus helemaal niet te weten hoe alle huidige dynamieken en regelgeving werken, binnen de moloch. De moloch mag gewoon doorgaan met wat die doet. Dat gebeurt nu ook al tenslotte: met de inertie van de regering blijft tot nu toe het oude ook alsmaar doorgaan.

Daarnaast gaan we het nieuwe zichzelf laten leven. Daaruit kunnen zich dan totaal nieuwe dynamieken gaan ontvouwen. En daardoor zien we dan vanzelf wel of er op dit pad dan nog extra beslissingen zijn te nemen, en zo ja, welke.

Dit is geen ‘ideetje’, nee dit is het juiste abstractieniveau. Dat leidend is: het opbouwen van het nieuwe, naast het oude, waardoor er langzaamaan meer en meer mensen vanuit het nieuwe kunnen gaan leven, en het oude daarin vanzelf uitgefaseerd raakt.

Het is volkomen logisch om de volgende generatie in ons midden (bijvoorbeeld 18-26 jarigen), het nieuwe te laten leven. Zo groeien zij zichzelf op de nieuwe manier de toekomst in. En het oude faseert daardoor vanzelf uit, op zijn minst omdat alle ouderen die in het oude zijn blijven zitten, enig moment allemaal gestorven zijn, waarmee de oude manier dan ook gestorven is. En mogelijk faseert het ook sneller uit, als we door het nieuwe samenleven van de volgende generatie in ons midden, bewust worden van versnellingen die we kunnen en willen maken.

Door slechts met een beperkte groep te beginnen voldoen we ook aan de angsten van iedereen die het geheel niet overzien (zoals de regering zelf): maak de eerste groep die gaat zo klein, dat je zonder meer het gevoel hebt dat het geen kwaad kan. Dus als de groep 18-26 jarigen alweer als te groots wordt ervaren voor de domme regering, nou, dan zeg je 18-jarigen. En dan zien we wel hoe snel het verder groeit.

En wat doet de regering?

Niets.

Ik benoem dit al sinds 2006. Dus als er toen wel met 18-jarigen begonnen was, was die groep nu inmiddels, na 12 jaar, de groep van 18-30 jarigen geweest, die het nieuwe al leefde, en waardoor we dan heel veel nieuw bewustzijn hadden opgedaan.

Maar nee, de regering deed niets, totaal verliefd op het reageren op de waan van de dag.

Advertenties