Een sprookje voor het slapen gaan

In de toekomst moeten we nieuwe sprookjes gaan verzinnen, om daarmee het huidig verleden in haar ware gedaante over te kunnen blijven dragen aan iedere volgende generatie.

Het huidig heden is dan het verleden, en dus noem ik dat hierbij het huidig verleden. En je weet wat er in het huidige leven op aarde gaande is. Dus hoe moet dat later nou aan kinderen overgedragen worden, zodat ze rustig kunnen slapen gaan.

Hoe moet het huidige verleden in de toekomst overgedragen worden, op zo’n manier dat kinderen in de toekomst echt wel voelen dat volwassenen echt niet gek zijn, en hen dus altijd zullen beschermen? Op zo’n manier dat kinderen kunnen voelen dat randdebielen echt niet iets ‘groots’ en ‘machtigs’ zijn, dat volwassenen die randdebielen juist volkomen doorhebben, uitlachen, en verder wel weten hoe te handelen, als volwassenen.

Hoe kan dit vertrouwen in de toekomst voorgoed overgedragen worden aan iedere opgroeiende volgende generatie?

Via sprookjes zoals dit:

Lang, lang geleden vloog er hier een vogeltje voorbij en plukte een besje uit een struik en zat daar heerlijk van te genieten.

Toen zette een man ineens een kooitje om het vogeltje heen en zette het kooitje een eindje weg van de struik, zodat het arme vogeltje niet meer bij de besjes kon.

De boze man zei tegen het vogeltje: ‘Alleen als je geld betaalt, dan mag je die besjes weer eten. En je moet betalen met grassprietjes, dat is het geld dat ik heb verzonnen.’

Toen zei het vogeltje: ‘Oh, nou, geef me die grassprietjes dan, die daar staan, die zijn er in overvloed en kosten niets. Je zou dus net zo goed kunnen zeggen: Hee vogeltje, je moet met een getalletje in een spreadsheet betalen. Dat kost ook niets, dat getalletje, en daarvan kan je ook net zoveel aanmaken als dat er grassprietjes zijn. Dus hoe dan ook: geef me die grassprietjes, die kosten niets, dan kan ik die besjes weer eten. Of geef me die getalletjes, die kosten ook niets, dan kan ik die besjes weer eten. Of haal die kooi gewoon weg, dat kost ook niets, dan kan ik die besjes weer eten. Het kost allemaal niets, ik wil die besjes gewoon kunnen eten.’

Slim vogeltje was dat he!
Ja, inderdaad. Het vogeltje had alles meteen door, net zoals mama en papa.

Maar toen werd de boze man heel erg boos op het vogeltje: ‘Nee, stom vogeltje, you are missing the point! Ik ga je die grassprietjes nou juist niet geven natuurlijk, en ook die getalletjes in die spreadsheet niet. Ik heb verdomme toch zeker niet voor niets die kooi om je heen gezet! Mijn bedoeling is nou juist dat jij EERST voor mij moet werken, en dan pas mag je die besjes weer plukken. Maar als ik dat zo doe, dan ziet iedereen dat ik jou tot mijn slaaf heb gemaakt, en dat moet ik zien te verbergen. En dus doe ik net alsof ik jou betaal voor jouw werk. Ik pluk al die grassprietjes, daar hoef ik verder niets voor te doen. En als jij jezelf nou even uit de naad van je verenpakje werkt voor me, dan krijg je 10 grassprietjes van me, en dan moet je mij ook 10 grassprietjes betalen, dan zet ik jouw kooi even een stukje dichter bij de besjes, dan kan je daar even eten. En daarna zet ik je kooitje weer achteruit. Net zolang totdat je weer genoeg voor me gewerkt hebt. Dan pluk ik weer 10 grassprietjes, kost me lekker niets, en die 10 grassprietjes betaal ik dan aan jou, en die moet je dan meteen weer aan mij terug betalen, dan verplaats ik jouw kooitje weer even naar de besjes toe. En dat van die getalletjes in een spreadsheet, dat vind ik eigenlijk wel een goed idee van je, daarmee maak ik het mezelf nog makkelijker, dus dat ga ik doen. Maar jij mag dat van mij dus niet doen; als jij getalletjes in een spreadsheet gaat neerzetten, dan VERBIED ik iedereen dat jij daarmee jouw toegang tot die besjes kunt betalen. Want IK ben hier de baas, ik heb toch zeker niet voor niets dat kooitje om je heen gezet!’

En toen zei het vogeltje: ‘Ja, dat had ik allang begrepen natuurlijk, ik liet je alleen even weten hoe afschuwelijk doorzichtig je bent. Zodat dat ook wel even in dit sprookje overdragen wordt naar alle kindertjes in de toekomst.’

(… grote ogen bij de kindertjes: wat MOEDIG van het lieve vogeltje dat die dat voor hun heeft gedaan…)

De boze man lachte hard: ‘Hahahahaha. Jij kunt me toch niets maken, daar in dat kooitje van je, hahahahahaha’.

En toen kwamen mama en papa, duwden die randdebiel opzij, haalden het kooitje over het vogeltje heen weg, en bliezen zo het verhaaltje van die domme boze man uit…..

‘En nou opsodemieteren, domme lul’, zei mama toen boos. En ze keek opgelucht het weg fladderende vogeltje na, dat nog even vrolijk tweeterde naar mama en papa.

En omdat de boze man verdwaasd bleef staan kijken, pakte papa hem bij zijn kraag, en duwde hem zo de tuin uit. ‘En nou niet meer terugkomen hier, anders zal ik JOU even in een kooi neerzetten, in de gevangenis!’.

En zo werd het verhaaltje van de boze man uitgeblazen.

Zo, en nu lekker slapen, kinderen, morgen weer een vrije dag.

De kindjes nestelen zich na het sprookje tevreden onder hun dekentjes, en giechelen tegen elkaar: ‘Hi hi, mama zei: Domme lul’….

Advertenties