Omdat mijn Uitgestoten Staat er toe doet

Ik ben de belichaming van het Uitgestoten Element.

Daar heb ik niets voor hoeven te doen. Ik ben het.

Ik kan het ervaren in alles wat mannelijke ‘leiders’ opgebouwd hebben. Ik neem waar dat iedere essentie van mijn bestaan, daar afwezig is, daar uitgestoten is. In de gebieden die ze onderhouden, uitgestoten is. De economische waarde van mijn bestaan (bestaansgeld), mijn vrouw zijn, mijn Wezen (hoe ik vanuit mijn diep gevoelde normaalheid kies samen te leven), mijn professionaliteit in het faciliteren van samenleven. Allemaal vet afwezig gehouden (ik ben het bewijs daarvan) in al die zogenaamde ‘mannelijke’ domeinen. Als vrouw mag je er meespelen als je je aan de domheid van die domeinen houdt. Je mag dus niet Wezenlijk meespelen op aarde, dat is de enige bedoeling van het opgetrokken zijn van die mannelijke domeinen. Domeinen die zich buiten het leven zelf geplaatst hebben, om dat leven te kunnen misbruiken. En hoe makkelijk is de mens gepaaid, die te horen krijgt, dat als je net zo als hen wordt, dat je dan heel wat bent.

Omdat iedereen precies diezelfde oude innerlijke structuur overgedragen gekregen heeft, bouwt iedereen samen steeds weer datzelfde op. Hoe hard er ook voor gerechtigheid gestreden wordt, het is een ‘gerechtigheid’ die binnen precies diezelfde oude patronen blijft vallen.

Doordat ik precies datgene zichtbaar maak, dat altijd uitgestoten moest blijven via de overgedragen innerlijke structuren, zal ik ook precies alle uitstotingspatronen vanuit die innerlijke structuren in iedereen ontvangen. Wist ik, toen ik begon. Juist die uitstotingspatronen (die zichzelf als ‘rationele of spirituele verklaringen’ verkopen) moesten aangezien worden, om ze te kunnen laten transmuteren; te laten zien dat we onze antwoorden toch echt uit een wezenlijk ander gebied in onszelf kunnen putten, en dat die nieuwe antwoorden kloppen.

Maar met het woord ‘antwoorden’, gaat het al mis. Want dat woord associeert de oude innerlijke structuur alweer met het verkeerde. Die denkt op ieders eigen probleemdefinities een antwoord te moeten vinden. En je weet dat ‘linksen’ andere probleemdefinities hebben dan ‘rechtsen’.

Het gaat niet om alle problemen an sich. Het gaat om de bron van al die problemen. Het antwoord daarop is er al (ons niets kostend bestaan(sgeld), nu niet meer uit ons zicht verloren). En vanuit daar geven we allemaal heel andere antwoorden op het leven zelf; onze responsen zullen dan vanuit een heel ander gebied gaan komen.

Het kunnen aanwijzen van dat verloren gebied, waar we onze nieuwe responsen vandaan kunnen halen, kon niet zonder het zien van de uitstotingspatronen. Want, het gaat namelijk niet om het verloren gebied zelf, alsof we haar alleen maar kwijt waren, maar als iemand haar vindt, dan zullen we allemaal happy zijn. Nee, het gaat niet om ‘haar vinden’. Het gaat nou juist om het inzien hoe we haar steeds wegduwen, uitstoten, in onszelf. Dat gaat onbewust, en het gaat allemaal via de zogenaamde mannelijke domeinen, die zijn voorwaarden in iedereen genesteld heeft. Het gaat via dingen als: ‘En de inflatie dan?’. Dat trekt de levensrespons precies het gebied in dat er niet toe doet, maar waarmee het leven mooi in de klauwen van de mannelijke agressie van voorheen blijft liggen: die leeft in iedereen als een zich herhalende echo voort. Totdat je stopt met het zijn van die echo.

Wat mij op dit pad ‘overkomen’ is, dat doet er dus toe. Want het waren de uitstootpatronen die ik te verduren heb gekregen. Het uitstoten van dat wat ik in mijn handen heb liggen, en aanreik. En mensen die erop reageerden met hun (onbewuste) uitstotingspatronen: de weg-verklaarders.

Precies dit is wat ik in co creatie met Mascha Roedelof heb gedaan: datgene wat op ons afkwam, als we het normale samenleven leven en positioneren (bij iedere laag van de maatschappij (!)), en van bescherming kiezen te voorzien; dat alles hebben we bewust ontvangen, en dat hebben we via ons innerlijk werk, getransmuteerd teruggeven. Om daarmee het verloren responsgebied meer en meer zichtbaar te krijgen, en ook de waanzin van het oude; de in- en in- diepe onrechtsworteling in het oude. We hebben het zichtbaar gemaakt, refereerbaar, toepasbaar.

Toch heb ik dat wat me allemaal ‘overkomen’ is op dit pad, niet benoemd in mijn werk, omdat het niet in klagende zin benoemd hoeft te worden. Het ging nu juist om de transmuterende zin van het benoemen. Maar reken maar dat dit pad zwaar was, en offers heeft gevraagd. De reden dat ik het pad toch bleef gaan, is omdat mijn Wezen niets anders kon dan dat. Omdat ik niet iemand anders ben. Mijn Wezen is mijn impuls. En ik sta in contact met mijn Wezen. Dat is dan ook de reden waarom ik zo makkelijk dwars door alles heen kan kijken, en zo makkelijk mijn essenties afwezig kan zien zijn, in alle domeinen die zich over het leven heen geklauwd hebben, en allemaal mannelijke connotaties hebben. Maar ze zijn niet wezenlijk mannelijk. Ze zijn de domeinen van de oorspronkelijke onderdrukkers, die daarmee ‘man zijn’ definieerden. En ‘vrouw zijn’. En je weet dat het nep-definities zijn.

Ergens in 2018 zal ik overlijden. Wat ik achterlaat, klopt. Niet in de oude zin van het woord: ‘gelijk hebben’. Nee, ze klopt vanuit de bron. Dat is te danken aan Mascha Roedelof, die vanuit de diepste verbinding kan blijven komen, waardoor de bron werkelijk geput kon worden. De bron in mij die zo makkelijk welt, maar allicht direct doodloopt als er niet verbonden wordt. Mascha verbindt wezenlijk. Daardoor kan het scheppend zijn.

Precies de reden waarom de bekende mannelijke domeinen helemaal niet verbinden met het leven, zichzelf buiten het leven zelf hebben opgesteld: opdat het leven niet zelfscheppend zal zijn, en hij als de schepper op aarde ervaren wordt. Je denkt toch niet echt dat er een economisch probleem gaande is op aarde? Hou toch eens even op zeg.

Wat mij ‘overkomen’ is op mijn pad sinds 2006 (mijn pad begon vanzelf, in 1999, doordat ik toen ineens vanuit mijn ouderschap bewust werd van hoe alles in elkaar stak, maar pas sinds 2006 heb ik haar expliciet in de buitenwereld kunnen gaan, en heb daarmee gelijkgewortelden kunnen vinden, waardoor het uitgestoten element pas werkelijk haar werk kon gaan doen), zijn heel mooie dingen, en lelijke dingen. Beiden heb ik niet benoemd in mijn werk. Slechts her en der vind je er een verwijzing naar, omdat die uitstoting te diep geworteld ligt in iedereen, en nu dus gezien moet blijven worden, of omdat het mooie iets is dat door moet blijven gaan.

Wegvoorbereiders hebben andere dingen te doen dan de groep daarna. Vandaar dat het mooie en het lelijke dat de samenleefpioniers hebben meegemaakt, niet meer benoemd hoeft te worden, omdat het om die dingen al niet meer gaat: die zijn al doorleefd in het getransmuteerde antwoord terecht gekomen. De volgende groep, die vanuit het teruggekomen referentiekader de volgende stappen zal zetten, gaat andere lelijke en mooie dingen meemaken.

Toch doet mijn Uitgestoten Staat er nog steeds toe. Je moet beseffen dat die onderkenning in mij zelf, het belangrijkste element is geweest. Ik ben niet gevlucht naar economische abstracties (‘Hellup, duh economie, maar een mens mag de tering krijgen, als die omvalt dan vinden we dat niet erg, maar als de mannelijke, verafgoodde, abstractie in onze kop omvalt, wel’), noch naar spirituele abstracties (‘Heb liefduh voor al wat is’, of ‘ascendeer’, of weet ik wat allemaal). Ik heb mijn Uitgestoten Staat juist doorleefd, door mezelf, mijn Wezen, niet uit te stoten; juist datgene dat in haar mee uitgestoten ligt, te leven. En dan krijg je dus al die oude shit over je heen. Stel je eens voor, dat een kind dat met honger naar bed moet, dat werk moet doen…….. hoe kansloos dat kind is. En precies deze kansloosheid wordt zichtbaar gemaakt, door het niets kostend bestaan(sgeld) van het kind zichtbaar te maken. Zie hoeveel verhalen volwassenen in plaats daarvan bij het kind neerpleuren, en daarmee het kind In Ons Midden in uitgestoten staat laten. Het is om te kotsen.

De Uitgestoten Staat van dit kind wordt zichtbaar via mijn Uitgestoten Staat; degene die het verloren antwoord in haar handen houdt, aanreikt. De niets kostendheid van het kind aanreikt. Zie hoe iedereen het kind toch in de steek kiest te laten. ‘Want het past niet in ons oude kader, en we gaan geen moeite doen in onszelf, we willen onze oude patronen kunnen blijven herhalen’. De Uitgestoten Staat van het leven. In iedereen zelf aan het echoën. Waar het kind dus onvoorwaardelijke bescherming tegen moet krijgen. Voorgoed.

Ik zal ergens in 2018 sterven aan kanker. En omdat ook daar weer een berg aan oude verhalen aan gekoppeld kan worden door iedereen, neem ik nu bij leven de gelegenheid om duidelijk te maken dat er daarin nog een stap gegaan moet worden. Er gaan veel ‘inzichten rond’, over kanker. Veel in dat veld klopt niet. De antwoorden worden in het verkeerde gebied gezocht. Het gaat pas kloppen als het bron-antwoord gevonden is. Dus geen antwoorden op de verschillende probleemdefinities rondom kanker. Nee, het bron-antwoord. Het werkt dus precies zo (allicht), als het bron-antwoord van ons niets kostend bestaan; de verloren bron IN ONZE WAARNEMING dient hersteld te worden.

Alleen degenen die vanuit een dergelijk bron-antwoord komen, kunnen gelijk hebben. Dat moet dus een paradigma zijn (een kern van waaruit je waarneemt). Want wat de bron van kanker is, is AL waar. Ook al kennen we haar niet. Net zo goed als ons niets kostend bestaan altijd AL waar is geweest, ook al kenden we haar niet (meer).

Het is het huidige (duidelijk niet kloppende) paradigma vanuit waar we (onbewust) kijken, dat ervoor zorgt dat we die bron niet meer zien. Als we een oplossing voor kanker willen, dan moeten we dus (allemaal), op zoek gaan naar mensen die laten zien dat ze vanuit een ANDER PARADIGMA waarnemen. Je moet en zal dat paradigma willen begrijpen, zodat je haar kunt toepassen, IN JOUW EIGEN WAARNEMING. Pas dan kan je enig moment gebieden zien verschuiven.

Je weet dat je het bron-antwoord gevonden hebt (wat in ons oude waarnemen dus steeds verloren raakt), als dat antwoord vanzelf ook verklaart, waarom alle oude antwoorden niet gewerkt hebben, of soms juist toch wel.

Als onze waarneming weer helemaal met het (ooit verloren) normale levensparadigma samenvalt, dan zal alles op zijn plaats vallen.

Dus zoek naar mensen die je een nieuw paradigma laten zien. Zelfs als dan blijkt dat het niet het juiste paradigma is, dan nog heb je geleerd om ‘van paradigma’ te wijzigen, en een dergelijke switch te toetsen.

Het juiste paradigma rondom de dood (door voortduring van kanker) is nog niet gevonden. Ook al lijken sommigen erg dichtbij te zitten. Maar het juiste paradigma rondom leven (ons vrije bestaan) is wel al lang gevonden; ons niets kostend bestaan. Zij verklaart zowel de niets kostende souplesse van het samenleven, als de ellende die alle kans krijgt, als je de niets kostende souplesse van het samenleven aan de mens ontrukt, onthoudt.

Het levensparadigma van ons niets kostend bestaan verklaart alles zelf.

Het zogenaamd ‘reguliere’ kankercircuit handelt vanuit het we-weten-het-niet paradigma. Ze hanteren geen paradigma. En denken daarom in strijd met kanker te moeten. Zij kunnen dus per definitie het antwoord niet vinden.

Zoek naar mensen die werkelijk met een paradigma op de proppen komen. Laten die paradigma’s jouw oude, onbewuste paradigma maar ‘aanvallen’ in jouzelf (zo voelt dat tenslotte meestal voor het ego). Laat het maar schuren, zodat je daardoor bewust wordt van jouw oude (voorheen onbewuste) paradigma, dat het zien van het antwoord in zichzelf uitstoot. Alleen daarin kan het antwoord liggen.

Pas als het teruggevonden paradigma op Leven aanvaard wordt, zal het juiste paradigma op Dood (collectief) gezien kunnen worden. Het Levensparadigma is namelijk de kern van het Doodsparadigma. Allicht.

Zolang we ieders niets kostende vrije levenstoegang nog altijd afgescheiden houden in onze waarneming en keuzes, zolang rukken we het centrum van het Doodsparadigma dus nog steeds weg, en kunnen we haar dus niet in haar essentie waarnemen. Zolang zijn we alleen maar met copingsmechanismes bezig.

Een individu sterft niet aan kanker. Een individu sterft aan non-verbinding in diens benodigde levensessenties. En nee, dat heeft niets met ‘sociale contacten’ te maken.

Dat het onthouden van voedsel tot de dood leidt, dat vindt iedereen logisch. Op diepere lagen in onszelf werkt het precies zo.

Ik kon de groei van mijn kanker een tijdje stilzetten, door mijn oestrogeenproductie stil te laten zetten. Mijn scheppingskracht en genezingskracht stil te zetten. Mijn Wezen stil te zetten. De prijs om te kunnen leven in deze wereld. Ik had ervoor kunnen kiezen om deze prijs te betalen. De Wezenloosheid ervan, is het me niet waard geweest.

Ik kon me tot in de diepste diepte ver-apathetiseren; me overal los van maken, zodat het me allemaal niet meer zou hoeven te raken, dat ik iedere dag opnieuw oog in oog met mijn Uitgestoten Staat sta, in ieder aspect van mijn Wezen, waarmee ik de Uitgestoten Staat van het leven zelf zie en ervaar. De Wezenloosheid van de ver-apathetisering, is het me niet waard geweest. Genoegen moeten nemen met mijn Uitgestoten Staat, in ieder aspect van mijn Wezen, nee, dat is het me niet waard geweest.

En verdere verbinding vanuit het Wezenlijke is er niet gekomen. Dat heeft niet geleid tot een doodsverlangen. Mijn Wezenlijke leefverlangen wordt simpelweg niet geraakt op deze aarde. En dat heeft te lang voortgeduurd. En nu nog moet ik hier toevoegen: Nee, dat heeft niets met sociale contacten te maken. Het ligt niet in die oppervlakkige laag. Het zit dus ook niet op: ‘Iets voor mij willen doen’. Het zit op iets dat in de diepte onthouden wordt, en niet in het individuele zit.

Heel veel mensen zien allang: ‘Als we vanuit basisinkomens samenleven, dan zal er veel minder ziek zijn zijn’. Dat klopt. En dat zit niet op het individu. Dat zit op het samenzijn dat dan echt wezenlijk terug verandert naar haar normale context. Het belasten van het leven is daarin vanzelf opgelost, in iedere laag van het leven. Wat je doorziet en doorleeft als je het basisinkomen verdiept vanuit ons niets kostend bestaan(sgeld).

Ik ga mijn Uitgestoten Staat niet ontkennen. Dan zou ik zeggen dat Uitstoting helemaal het probleem niet is op aarde. Dan zou ik zeggen: ‘Als je maar veel kwaliteiten en inzichten hebt, dan kom je er wel.’….. dan zou ik zeggen dat het toch aan het individu ligt, en iedereen zich maar tot 1 of ander superwezen moet zien te ontwikkelen. Nee hoor, daar ligt nu juist het probleem helemaal niet in. We kosten niets, we hebben juist een onbetwistbare economische waarde, ongeacht of je in de ogen van aan ander een loser bent, of een superwezen. De ogen van een ander doen er niet toe, je kost een ander niets, je hebt een onbetwistbare economische waarde, en die kan direct in niets kostend betaalmiddel omgezet worden. Iedereen die dat niet wil, heeft dus agressie op jouw bestaan zitten, in zichzelf. Dat is onze normale zelfreferentie, het normale onderscheidend vermogen.

De Uitgestoten Staat van het niets kostende Leven is het werkelijke bronprobleem. En dus is ze het antwoord: ermee stoppen. Stoppen met het elkaar uitstoten.

Mijn Uitgestoten Staat in iedere laag is wat overgebleven is. Ze is niet verandert.

Ik sta jaar in jaar uit met mijn eigen Uitgestoten Staat in mijn handen. Alles wat uit mijn Wezen gecocreëerd is, is daar bij gekomen, ligt ook in Uitgestoten Staat. Het ligt te schitteren in mijn uitgereikte handen.

Ondertussen heeft iedereen ieder oud gelul nog steeds opgepikt. Economisch of spiritueel. Ik noem dat: gelul & andere kutverhalen. Het is allemaal het oude, dat zo lekker weghapt.

Mijn Uitgestoten Staat doet er toe, en is het enige zicht op mij persoonlijk dat overblijft. Dit persoonlijke is echter niet persoonlijk, het is collectief.

Het is ieders eigen Uitgestoten Staat, hoe hard je dat ook wilt ontkennen, ook als je bij de zogenaamde ‘geslaagden’ denkt te horen. Het is de mis-bron van waaruit je zelf bent gaan leven.

Kijk maar eens wat er van je geslaagdheid overblijft, als we binnen 1 dag vanuit bestaansgeld samenleven. Zie jezelf maar aan in de spiegel die niets meer reflecteert: we hebben er een raam van gemaakt, waardoor je ziet wat er achter die steeds weer alles terugkaatsende spiegel verborgen lag.

Kinderen moeten niet hoeven te wachten totdat volwassenen bereid zijn tot datgene waar ze niet toe bereid zijn. Kinderen horen onvoorwaardelijke bescherming tegen deze onbereidheid te krijgen. Voorgoed. Daarin zijn de waanzinnige gevolgen van de onbereidheidsdynamieken opgelost.

Niet 150 totaal willekeurige mensen In Ons Midden, die zichzelf een regering noemen, dienen onvoorwaardelijke bescherming te hebben. Juist niet. Ieder kind In Ons Midden dient onvoorwaardelijke bescherming te hebben, tegen deze 150 willekeurige mensen In Ons Midden, die uit ieders oude bewustzijn totaal misplaatst ‘omhoog’ ge-stuwd zijn.

Vrouwen zijn niet anders dan mannen, in het blijven uitstoten van precies datgene waar het om gaat. Ze komen slechts met andere verklaringen, om hun onverbondenheid te kunnen blijven legitimeren voor zichzelf.

Astrid van Triet

Advertenties