Waarom de donut economie wel haalbaar is

Kate Raworth heeft Nederland aangenaam verrast met de Donut Economie. Ik begrijp dat en het laat ook iets heel moois zien: het laat zien dat ontzettend veel mensen hunkerend hebben zitten wachten op iets dergelijks. Het betekent dat het verlangen dus al wijdverspreid is, de hoop al wijdverspreid is, dat er ‘nou eindelijk eens iemand de noodzaak van voortdurende economische groei duidelijk weet te doorprikken’.

Ik heb dat al lang doorgeprikt. We laten het al sinds 2006 zien.

Maar waarom was dat niet te aanvaarden voor iedereen? Waarom is de Donut Economie wel te aanvaarden? Dat is omdat dat nog steeds buiten iedereen zelf ligt. Het is nog steeds een economisch model. Het is dus nog steeds het oude gebied waar de verklaringen uit geput worden: ‘Er moet een economisch model zijn waar we met zijn allen invulling aan moeten gaan geven’.

Dus voor de meeste mensen is dit simpelweg ‘het hoogst haalbare geweest’ dat binnen kon komen. Dat is onderdeel van het collectieve bewustwordingspad: dat gaat nu eenmaal van buiten naar binnen. Dus vanuit het Donut Model wordt de haalbaarheid om de sprong naar binnen te maken wel groter (beter gezegd: het naar buiten moeten blijven reiken, los te laten). De sprong door het zien dat het antwoord nou juist helemaal niets meer met een economisch model te maken heeft.

We zijn altijd al zelf het antwoord geweest. En als je het per se economisch wilt uitdrukken, dan moet je dat doen via een economische waarheid. Dus niet een model die voltrokken moet zien te worden, nee een waarheid die er zelf al is, haar eigen werk doet dus. Een waarheid die we verloren waren, zo diep in onszelf verloren waren, dat ze niet herkend kon worden, ook al wordt ze voortdurend voor ieders neus gezet.

En die economische waarheid is: onze economische eigen waarde. Als je die operationeel maakt via bestaansgeld, dan heb je het antwoord dat zelf alles verklaart.

En operationeel maken heeft niet alleen een betekenis in de fysieke wereld. Het begint met het operationeel maken in onze binnenwereld: in onze waarneming, in ons onderscheidend vermogen. En daar is ze dus al operationeel. Je kunt namelijk zelf nu alles waarnemen vanuit bestaansgeld. Je weet dat ze onze niets kostendheid uitdrukt, en dat ze alle structuren en daarbij horende belastingen laat oplossen, en alle collectieve problemen. Dat verklaart ze allemaal zelf, dat verklaart bestaansgeld zelf. Er is geen econoom die dat voor jou hoeft te verklaren, bestaansgeld verklaart het zelf voor je.

Die economische waarheid: onze economische eigen waarde.

Nu de euforie van de Donut Economie er is, kan het laatste zetje, terug naar binnen, terug naar die waarheid over onszelf, die waarheid over onze niets kostendheid en onze economische eigen waarde, ook begrepen gaan worden:

Maar het is gevaarlijk om hier op zo’n aardige manier over de Donut Economie te praten, want dat is als balsem voor de ziel die hard aan een economie wil werken. Die balsem leidt af van het feit dat je eerst voor de mens zal moeten kiezen. Als je niet onvoorwaardelijk voor de mens kiest, voor wie ben je dan zo hard het milieu aan het redden?

Door weer een volgend economisch model uit te leggen, zeg je letterlijk dat het leed waar veel mensen in zitten, maar moet wachten. Want het nieuwe model moet eerst nog geïmplementeerd worden, aangestuurd worden door de regering, en dan pas komt alles goed…. hoe triest is dat. Laat dat maar goed tot je doordringen. Laat het de impuls zijn om nu definitief naar binnen te gaan, en je niet meer naar buiten te laten trekken naar abstracties als economische modellen. Ook al wordt er duizend keer gezegd dat het model er is voor al het goede voor de mens. De mens is zelf het goede al. Ze is zelf haar economische waarde al, en dat kan direct omgezet worden in betaalmiddel. Kost niets. En alle abstracties laten los.

Advertenties